In onze vorige blog “Rule your mind or it will rule you” namen we je mee naar de Generaal Spoorkazerne in Ermelo. Daar maakten leden van het Nederlandse polocrosse team kennis met mentale vaardigheden die binnen Defensie worden gebruikt om onder druk te blijven functioneren.
We spraken over focus, emotieregulatie, het 5G-model, ademhalingstechnieken en presteren onder druk. Waardevolle inzichten, maar uiteindelijk blijft er altijd één belangrijke vraag over:
Werkt het ook in de praktijk?
En zo vertrokken enkele weken later de spelers, stafleden en ondersteuners, waaronder Gritcore, naar Zambia voor een internationaal toernooi tegen tegenstanders van wereldniveau.
Waar het tijdens de trainingsdag in Ermelo draaide om het ontwikkelen van mentale vaardigheden, kreeg Gritcore in Zambia de kans om verder te bouwen op dat fundament. Niet als coach aan de zijlijn of als speler op het veld, maar als ondersteuning achter de schermen.
Een rol die misschien nog het beste omschreven kan worden als performance coach.
Tijdens het toernooi werden spelers regelmatig door de aanvoerder naar ons doorverwezen voor gesprekken over spanning, focus, zelfvertrouwen en wedstrijdvoorbereiding. Vaak tussen trainingen, wedstrijden en teamactiviteiten door. Soms was er nauwelijks meer dan een paar minuten beschikbaar.
Niet ideaal, maar juist dat maakte het interessant. Want hoe waardevol mentale technieken ook zijn, de grootste verandering binnen het team ontstond uiteindelijk ergens anders.
Daar later meer over…
Het EU Barbarians Team bestond uit spelers uit verschillende Europese landen.
Spelers die elkaar nauwelijks zagen, nauwelijks samen trainden en die binnen enkele dagen als team moesten functioneren.
Hun tegenstander?
Een team dat dagelijks samen trainde, op elkaar was ingespeeld en zich had gekwalificeerd voor de World Cup.
Vergelijk het met De Graafschap die het opneemt tegen FC Barcelona.
Niemand hoefde uit te leggen dat dit geen eenvoudige opdracht zou worden. Juist daarom kwam één van de kernwaarden van Gritcore direct naar voren:
Moed.
Want moed betekent niet dat je zeker weet dat je gaat winnen.
Moed betekent dat je bereid bent om te verschijnen wanneer winnen allerminst vanzelfsprekend is en ondanks dat alles op alles zet om alsnog te winnen.

Het plan dat nooit een plan was
Zoals dat vaker gaat met bijzondere momenten, ontstond het mooiste niet uit een uitgewerkt draaiboek.
“Hoe maak ik van dit team een echt team, vol verbinding, zonder dat we daarvoor hoeven te winnen?”
Want de kans dat winnen er niet in zat, was erg groot. Een flinke tegenslag zou ook als een grote domper kunnen voelen voor ons team, zeker als je de halve wereld afreist voor een wedstrijd.
Dat was het enige wat door mijn hoofd speelde.
“Hoe bereid ik de spelers mentaal voor op deze clash?”
Daarom bedacht ik tijdens de trainingsdagen om een teamlied te introduceren. Een lied dat zo zou aanslaan, ook bij de tegenpartij en alle toeschouwers, dat het zelfs tijdens de wedstrijd ten gehore gebracht zou worden.
Het was immers het proberen waard en ik had het nog niet eerder gedaan.
Het moest een manier worden om energie te brengen en de groep dichter bij elkaar te brengen.
Wat niemand kon voorspellen, was wat er vervolgens gebeurde.
Het team stond verbaasd over het lied. Hoewel ik het zelf lekker vond klinken, had ik niet verwacht dat het onderweg naar trainingen werd opgezet in de auto’s en dat iedereen het met volle borst probeerde mee te zingen.
Onderweg naar trainingen en later naar de wedstrijden werd het lied steeds harder gezongen. En naarmate het toernooi vorderde, werd het lied ook onderdeel van de identiteit van het team.
Zelfs bij de tegenpartij werd het lied positief ontvangen. Het klonk over de speelvelden en groeide uiteindelijk uit tot een onderdeel van de identiteit van het toernooi.
One. Two. Ubuntu.
Vlak voor de eerste wedstrijd volgde een tweede idee.
We zaten immers al goed in de sfeer met ons zelfgemaakte lied. Maar nu was het team toe aan de volgende stap.
“Ons voelen als een echte eenheid. Alle spanning ontladen voor de wedstrijd en weer opladen met gezonde, frisse moed.”
Ik liet mij hiervoor inspireren door Doc Rivers, een bekende NBA-basketbalcoach.
Een motto.
One. Two. Ubuntu.
En als je zoiets introduceert, is het belangrijk om met een paar dingen rekening te houden.
Het moet betekenis hebben die dieper gaat dan zomaar een woord.
Het moet kunnen uitgroeien tot een traditie binnen het team.
En ik was even sceptisch over hoe het team het zou oppakken.
Wat vinden ze ervan?
Staan ze open voor een motto?
Sla ik de plank niet mis?
Toch probeerde ik het.
Tijdens de eerste warming-up die ik vanuit Gritcore verzorgde, introduceerde ik het motto, na een korte uitleg waar het voor staat:
“Ik ben omdat wij zijn.”
Het concept staat voor een diep besef van onderlinge verbondenheid.
Kortom: alleen kom je niet ver, maar met z’n allen wel.
En dat was de boodschap aan het team.
Voel je als een team.
Doe het samen.
Want alleen ga je het niet redden.
We voelen allemaal de spanning.
We willen allemaal winnen en het beste uit onszelf naar boven halen.
We voelen allemaal de druk.
En iedereen wil laten zien waarvoor hij of zij heeft getraind.
Maar weet:
Je bent niet alleen.

Wat begon als een bekende kreet uit Afrika, groeide uit tot iets veel groters.
Deelnemers begonnen tijdens de warming-up de Ubuntu steeds harder te roepen. Ik riep:
“One. Two…”
En de rest antwoordde:
“Ubuntu!”
Zelfs zo hard dat mijn doel was:
“Het team aan de andere kant van het veld, op meer dan 100 meter afstand, moet dit horen en zich geïmponeerd voelen door ons.”
Want als we ze niet kunnen verslaan met wedstrijdervaring en punten, dan moeten we ervoor zorgen dat we mentaal sterker zijn.
Niet te breken.
We moeten de wedstrijd mentaal al gewonnen hebben.
En dat werkte!
Ik zag de blik van de teamleden veranderen en de energie binnen het team oplopen.
Daar waar sommigen vlak voor de wedstrijd nog gespannen waren en in hun eigen bubbel zaten, bloeide nu iedereen op.
Zelfs de niet-spelers en het management begonnen enthousiast mee te doen.
En ik dacht:
“Mooi, dit gevoel moeten we vasthouden.”
Na doelpunten klonk de kreet over het veld.
Tijdens spannende momenten werd het gebruikt om elkaar op te peppen.
Buiten het veld werd het een symbool van verbinding, vertrouwen en saamhorigheid.
Want spelers zetten zelf ook de One. Two. Ubuntu. in bij elkaar.
En dat was geweldig om te zien.
Zonder dat iemand het bewust had gepland, ontstond er iets wat iedere leider, coach of organisatie graag zou willen creëren:
Een cultuur.
Ubuntu is een Afrikaanse levensfilosofie die grofweg betekent:
“Ik ben omdat wij zijn.”
Het idee dat je niet losstaat van de groep, maar juist sterker wordt door de verbinding met anderen.
Misschien was er daarom geen betere plek denkbaar om juist dit motto te omarmen.
Want waar individuele prestaties belangrijk zijn, worden duurzame prestaties gebouwd op verbinding.
Niet op ego.
Niet op status.
Maar op het besef dat succes iets is wat je samen creëert.
Veerkracht laat zich zien na een nederlaag
De eerste wedstrijddag was hard.
Heel hard.
Het scorebord liet weinig ruimte voor discussie.
31-3.
Voor veel teams zou zo’n uitslag voldoende zijn om het geloof kwijt te raken.
Om moedeloos te worden.
Om excuses te zoeken.
Maar dat gebeurde niet.

De volgende dag stond hetzelfde team opnieuw op het veld.
Met dezelfde en zelfs meer energie.
Want de One. Two. Ubuntu. had iets losgemaakt bij sommige spelers.
Ze kregen het niet meer uit hun hoofd en het werd onderdeel van waar we in geloofden.
En mogelijk maakte het ook wat los bij de tegenstander.
Als je ziet dat je tegenstander niet breekt bij zo’n tegenslag en de volgende dag met dezelfde inzet en overtuiging op het veld staat, dan maakt dat iets bij je los.
Maar ik moest iets nieuws verzinnen.
Een katalysator die de Ubuntu zou versterken.
Hoe maak je Ubuntu visueel voor het team en meteen duidelijk hoe het werkt?
Dat was mijn vraag.
Ik verzamelde potloden.
Voor elke speler één.
Voor elke groom (paardenverzorger).
Voor de coach.
Voor de managers.
Voor mijzelf.
Voor ieder teamlid haalde ik een potlood.
Ik legde ze in een cirkel en vertelde het team:
“Dit zijn jullie. Ieder potlood staat voor één persoon en de cirkel zijn jullie als team.”
Vervolgens pakte ik één potlood uit de cirkel.
Dat maakte een gat in de cirkel.
Ik gaf het potlood aan de sterkste speler van het team en zei:
“Breek hem.”
Met gemak brak hij het potlood.
“Zien jullie wat er gebeurt?”
“In je eentje ben je kwetsbaar en breekbaar.”
“En er ontstaat direct een gat in het team.”
Daarna pakte ik alle potloden tegelijk en gaf die aan dezelfde speler.
“Breek deze nu maar.”
Hij probeerde het.
Nog een keer.
En nog een keer.
Een beetje buigen en kraken dezen ze, maar tevergeefs.
“Zien jullie wat er gebeurt?”
“Een enkele speler is makkelijk te breken.”
“Maar wij zijn een team.”
“Samen zijn we onbreekbaar.”
“Dat is precies waar Ubuntu voor staat.”
“Voor samen.”
“Voor teamgevoel.”
“Speel straks samen als een team en denk aan Ubuntu.”
En het verschil tijdens de wedstrijd was direct zichtbaar!
21-12.
Nog steeds geen overwinning.
Maar wel een enorme stap vooruit.
Een verbetering van honderden procenten ten opzichte van de dag ervoor.
Dat is veerkracht.
Niet dat je nooit geraakt wordt.
Maar dat je weigert om je door een tegenslag te laten definiëren.
Het team was ontzettend trots op zichzelf.
En meer dan terecht.

Iedere avond sloten we de dag af rond het kampvuur.
Geen formele evaluaties.
Geen ingewikkelde analyses.
Gewoon gesprekken.
Wat ging goed?
Wat heb je geleerd?
Waar liep je tegenaan?
Wat neem je mee naar morgen?
Juist daar ontstond iets bijzonders.
Spelers luisterden naar elkaar.
Deelden ervaringen.
Lachten samen.
Reflecteerden samen.
Verwerkten teleurstellingen samen.
En bouwden ongemerkt verder aan het fundament van het team.
Daar zagen we opnieuw een kernwaarde van Gritcore terug:
Toewijding.
Niet alleen toewijding aan de sport.
Maar vooral toewijding aan elkaar.
Want juist op die momenten ontstond de verbinding die je niet kunt afdwingen tijdens een training of wedstrijd.
Iedereen had zijn eigen verhaal.
Iedereen had zijn eigen uitdagingen.
Maar rond het kampvuur waren we vooral één team.
Naarmate het toernooi vorderde, gebeurde er iets opmerkelijks.
Spelers vertelden dat ze kippenvel kregen van de energie binnen het team nadat ik de warming-up verzorgde.
De coach vertelde dat hij nog nooit eerder zo’n teamspirit had meegemaakt.
Tijdens de warming-ups voelde je de energie.
Tijdens de wedstrijden hoorde je de energie.
En buiten het veld zag je de energie.
Lang voordat de laatste wedstrijd gespeeld was, voelde het team het al:
We hadden gewonnen.
Niet van onze tegenstander.
Maar van twijfel.
Van spanning.
Van onze eigen onzekerheden.
Misschien werd dat nog wel het duidelijkst na afloop van het toernooi.
Hoewel we de beker niet mee naar huis namen, werd er gedanst, gezongen en gevierd alsof we kampioen waren geworden.
Niet omdat de uitslag er niet toe deed, want natuurlijk doet het ergens pijn als je verliest.
Maar omdat het team iets had opgebouwd wat veel waardevoller bleek dan een eindstand.
En misschien zegt dit alles wel genoeg:
Later op de avond sloten zelfs spelers van het winnende team zich aan bij onze viering rond het kampvuur.
Dat was voor mij misschien wel het mooiste bewijs van allemaal.
Want succes trekt aandacht.
Maar verbinding trekt mensen aan, iets waar iedereen onderdeel van wil zijn.

Toen we in Ermelo mentale vaardigheden trainden, lag de focus vooral op het individu.
Hoe ga je om met spanning?
Hoe behoud je focus?
Hoe beïnvloeden gedachten je prestaties?
In Zambia zagen we de volgende stap.
Mentale weerbaarheid begint bij het individu.
Maar duurzame prestaties ontstaan binnen een team.
Wanneer mensen zich veilig voelen.
Wanneer zij vertrouwen hebben in elkaar.
Wanneer zij zich onderdeel voelen van iets groters dan zichzelf, namelijk het team.
Dan ontstaat er iets wat geen enkele tactiek, techniek of trainingsvorm alleen kan creëren.
Dan ontstaat teamcultuur.
Voor mij persoonlijk was dat misschien wel de grootste les van dit toernooi.
Ik reisde naar Zambia met het idee dat mentale tools het grootste verschil zouden maken.
En hoewel die absoluut waardevol waren, bleek uiteindelijk iets anders de grootste impact te hebben.
Verbinding.
Een teamlied.
Een motto.
Een kampvuur.
Een gedeelde ervaring.
Dingen die op papier misschien klein lijken, maar in de praktijk het verschil maken tussen een groep individuen en een écht team.
Bij Gritcore geloven we daarom dat fysieke vorming, mentale weerbaarheid en teamontwikkeling onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
Want echte winst zit niet altijd op het scorebord.
Soms zit winst in wat je samen creëert.
One. Two. Ubuntu.
Building Stronger People, Stronger Teams
Strength through mind and body
Gehard door druk
Dat is Gritcore